Een korte geschiedenis van de betrekkingen
tussen Georgië
en Nederland

Al sinds haar jeugd gaat Josephine Stephanus-Zjorzjoliani op 4 mei naar Texel om deel te nemen aan de jaarlijkse dodenherdenking op de Georgische begraafplaats Loladse op de Hoge Berg, gelegen tussen Oudeschild en Den Burg. De laatste jaren doet zij dat steeds meer in gezelschap van Georgiërs. In 2003 gingen twee jonge Georgische vrouwen met haar mee.
Beide in Nederland studerende vrouwen hadden Josephine gevraagd of er niet een of andere viering, herdenking of samenkomst in Nederland was die ze konden bijwonen, zoals bijvoorbeeld de viering van Georgië's Onafhankelijkheidsdag. In Parijs en Londen is sinds de jaren dertig door de daar wonende Georgische gemeenschap ieder jaar op 26 mei het feit herdacht dat Georgië voor korte tijd een onafhankelijk land was. Georgië werd zelfstandig in 1918, na meer dan een eeuw ingelijfd te zijn geweest bij het Russische tsarenrijk. De zelfstandigheid duurde niet lang, in 1921 kwam er al een eind aan. De bolsjewisten vielen het land binnen en maakten een eind aan de onafhankelijkheid. Georgië werd een Sovjet-republiek. Na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie werd Georgië in 1991 wederom een onafhankelijke staat. De officiële viering daarvan vindt elk jaar plaats op die historische datum van 26 mei.

De twee Georgische studentes bleken in het geheel niet op de hoogte van het drama dat zich op Texel heeft afgespeeld in de laatste weken van de Tweede Wereldoorlog. Daarmee verschilden ze niet veel van Nederlanders. De meeste Nederlanders waren ook niet op de hoogte van de oorlogsgeschiedenis van Texel.
Terwijl in de rest van de wereld de oorlog ten einde liep, zou een bloedige veldslag op Nederlandse bodem in de nacht van 5 april 1945 beginnen en tot twee weken na Bevrijdingsdag voortduren.
Wekenlang vochten Georgiërs en Duitsers tegen elkaar op de gruwelijkste manieren. De brute slag wordt op Texel aangeduid met de naam "Russenoorlog".
Bijna 800 Georgiërs waren op het eiland gelegerd als hulptroepen van de Duitsers. Als soldaten van het Rode Leger waren ze in 1941 aan het Oostelijk front gevangen genomen door de Duitsers en in massakampen in Rusland of Polen ondergebracht, vaak niet meer dan een open weiland zonder enige bescherming van een tent en zonder sanitair, voldoende voedsel en drinkwater. De levenden probeerden zich overeind te houden tussen de doden die op de grond lagen, bezweken aan uithongering of tyfus. Wie wilde overleven liet zich ronselen voor inlijving bij het Duitse leger. De Duitsers maakten in 1941 ca 3,8 miljoen Sovjet-soldaten krijgsgevangen.
In 1942 verbeterde de situatie in de kampen, en in het Duitse optreden jegens de Sovjet-krijgsgevangenen kwam een kentering. Politieke, nationalistische en etnische factoren gingen nu een rol spelen om in Duitse krijgsdienst te treden. Vanaf februari werden militaire eenheden van het Duitse leger samengesteld uit soldaten van niet-Russische volkeren van de Sovjet-Unie, de zg. Ostlegionen, waaronder ook een Georgisch legioen, bestaande uit verschillende bataljons. Men trad toe omdat men tegen het Sovjet-regime van Stalin was, tegen het communisme en de russificering, of omdat een of andere vorm van zelfbestuur of onafhankelijkheid voor het eigen land in het vooruitzicht werd gesteld na de overwinning van het Derde Rijk op de Sovjet-Unie.
Schatting van de totale sterkte van de Ostlegionen ligt tussen de 1 en 1,5 miljoen soldaten.
Zie meer over dit deel van de geschiedenis van WOII op de website van Feldgrau: www.feldgrau.com, een Duitse historische onderzoekssite met veel informatie. Bijvoorbeeld het artikel: Russian Volunteers in the German Wehrmacht in WWII door Lt. Gen Wladyslaw Anders and Antonio Munoz: www.feldgrau.com/articles.php?ID=54
Lees ook het verhaal van historicus Georges Mamoulia:
Le Caucase dans les plans stratégiques de l'Allemagne (1941-1945) op pagina 36 van Cahier no 29 (2006) van "Cahiers du centre d'études d'histoire de la défense". Klik hier.

In februari 1945 kwam het 822ste Georgische Bataljon op Texel aan, bestaande uit bijna 800 Georgiërs en 400 Duitsers. Begin april 1945 zouden circa 500 Georgiërs worden ingezet tegen de oprukkende Geallieerden, maar in de nacht van 5 april kwamen ze in opstand. De vraag die de Georgiërs allang bezighield was: Wat ging er met hen gebeuren als de oorlog voorbij was? Ze zouden, eenmaal terug in de Sovjet-Unie, als verraders behandeld worden. Vele jaren later werden de meeste feiten over het lot van de miljoenen krijgsgevangen Sovjet-soldaten echt goed bekend door het boek Victims of Yalta van Nikolai Tolstoy (1977), ook in het Nederlands vertaald, Slachtoffers van Jalta. Als gevolg van een geheime overeenkomst tussen Eden en Molotow in 1944, in 1945 in Jalta bekrachtigd door Churchill en Stalin, werden na de oorlog drie miljoen mensen gedwongen teruggevoerd uit de door de Duitsers bezette gebieden naar de Sovjet-Unie, waarna ze òf doodgeschoten werden òf terecht kwamen in de dwangarbeiderskampen van Siberië.
228 Georgiërs hebben de opstand op Texel overleefd, 476 Georgiërs vonden de dood, of 499 volgens een andere telling. De opstand kostte het leven van 89 Nederlanders en circa 420 Duitsers, volgens een andere telling meer dan tweeduizend Duitsers. Op de eerste dag van de opstand werden 38 Texelaars gedood.
Door de verbeten strijd tussen Georgiërs en Duitsers raakten vele Texelse burgers betrokken bij de oorlogshandelingen. Georgiërs doken bijvoorbeeld bij hen onder. Boerderijen brandden af en huizen werden kapot geschoten. Er waren huiszoekingen, scherpe controles en executies.

Dit deel van de geschiedenis is nauwelijks bekend bij de Nederlanders. Vandaag misschien iets meer dan vroeger. In het voorjaar van 2004 schreef een bezoeker van de internetwebsite van oorlogsmusea nog een kort commentaar over dit stukje "historie wat bij weinig mensen goed bekend is". Het was zelfs zo dat decennialang na de oorlog, telkens als een landelijk dagblad een nieuwe correspondent naar de Sovjet-Unie uitzond, er na verloop van tijd een opgewonden kreet uit Moskou kwam. De journalist had zojuist voor het eerst ontdekt wat er zich had afgespeeld op Texel en onder een opvallende kop werd het oorlogsdrama dan in een artikel beschreven. De generatie van na de oorlog werd op de middelbare school over het algemeen niets verteld over het laatste Europese slagveld van de Tweede Wereldoorlog.
Het enige boek over de "Russenoorlog" was voor lange tijd het in 1946 verschenen Tragedie op Texel van J.A. van der Vlis. In 1979 trok de televisie-documentaire Sondermeldung Texel - Opstand der Georgiërs van William Vogler en Dick van Reeuwijk, door de NOS uitgezonden, de aandacht. Tegelijkertijd kwam er een boekje van Van Reeuwijk uit onder dezelfde titel.
De film is te zien op de website van Geschiedenis 24. Duur van de film is 114 min. 30 sec. Klik hier.

In 1980 verscheen het standaardwerk Texel, Nederlands laatste slagveld - de muiterij van de Georgiërs april 1945 van J.A.C. Bartels en W. Kalkman dat zeer gedetailleerd de gebeurtenissen van de opstand beschrijft, tot en met de terugkeer van de Georgiërs naar de Sovjet-Unie. Kalkman heeft de opstand op Texel als jongen bewust meegemaakt. Beide auteurs hebben vijf jaar lang onderzoek verricht voor hun boek.
In het Luchtvaart- & Oorlogsmuseum Texel is een bescheiden, permanente tentoonstelling over de slag ingericht, "De opstand der Georgiërs - april 1945". Zie de website: www.lomt.nl/Historie_Georgiers.htm

Op Texel zelf hield men zich na de oorlog stil. De Koude Oorlog was hier voor een deel debet aan. Herdenkingsdiensten op 4 of 5 mei werden steevast bijgewoond door agenten van de inlichtingendiensten. Iedereen die aanwezig was werd genoteerd, gefotografeerd of lastig gevallen en ervan verdacht mee te heulen met de communisten. De meeste Texelaars bleven tenslotte maar thuis. Dit is eens te meer een voorbeeld hoe "geheim agenten" een deel van het probleem vormen en vaak (onbewust) meer ellende toevoegen aan de wereld dan een wezenlijke bijdrage leveren aan het verijdelen van snode, in het geheim beraamde plannen tegen het vaderland. Zelfs nadat de muur in Berlijn al gevallen was en de Sovjet-Unie op het punt van instorten stond, deed een man van de inlichtingendienst op
5 mei 1990 nog verwoede pogingen in contact te komen met nieuwe bezoekers van de Georgische begraafplaats.
Dick van Reeuwijk schreef in zijn boek hoe ieder jaar zich een groteske situatie herhaalde als de ambassadeur van de Sovjet-Unie naar Texel wilde voor de herdenkingsplechtigheid. Hij mocht niet, om redenen van staatsveiligheid, met de veerboot of per helicopter vanuit Den Helder naar Texel reizen vanwege de marinebasis daar. De ambassadeur moest in Wieringen aan boord gaan van een boot van Rijkswaterstaat om mee naar Texel te varen. Er waren ambassadeurs die het vertikten. Pas in 1990 kon de ambassadeur voor het eerst met een helicopter vanuit Den Haag naar Texel reizen.
Van Reeuwijk beschrijft ook een concreet geval waarin door de inlichtingendienst jegens de zoon van een Texelse vrouw die de band met Georgiërs wilde aanhalen, bedreigingen werden geuit. Zijn loopbaan kon geschaad worden.
In 1996 verscheen een Duitse roman over de opstand, geschreven door Volker Dittrich: Operation Texel. Een jaar daarvoor was hij met Wolfgang Brod begonnen aan opnamen voor de documentaire film Die Nacht der Georgier die in 2002 voor het eerst op de Duitse televisie werd uitgezonden. Van de film is een video gemaakt.
Filmregisseuse Ineke Smits begon in mei 2008 op Texel met de opnamen voor de speelfilm De vliegenierster van Kazbek waarvoor Arthur Japin het scenario schreef. Het verhaal speelt zich af op Texel tegen de achtergrond van de oorlog en gaat over een jonge vrouw die verliefd wordt op een Georgiër. De film ging in april 2010 in roulatie in de Nederlandse bioscopen. Smits maakte eerder films als Magonia en Poetins mama.
Romanschrijver en essayist Nico Dros (1956) kondigde in 2009 aan dat hij bezig was met het schrijven van een historische roman over de opstand van de Georgiërs op Texel. Het boek is verschenen in oktober 2012 onder de titel Oorlogsparadijs bij uitgeverij G.A. van Oorschot. Dros debuteerde in 1991 met de historische roman Noorderbure
n.

Een hechte band tussen Texel en Georgië was er in de eerste jaren na de oorlog dus niet, maar één vrouw op Texel, mevrouw Cornelia Boon-Verberg, bleef na de oorlog wel contact houden met de Georgiërs. Eerst via briefwisseling, later bezocht ze op uitnodiging als eerste Georgië waar ze onthaald werd door veteranen en tot ereburger van Tbilisi uitgeroepen.
In de jaren tachtig werden de banden tussen Texel en Georgië nauwer aangehaald. Wie het archief van de Texelse Courant raadpleegt kan hierover veel terugvinden, van elke ontmoeting tussen Texelaars en Georgiërs is wel verslag gedaan.
Sinds Georgiërs zich begin jaren negentig in Nederland vestigden en Georgiërs met Nederlanders trouwden, groeit de Georgische gemeenschap in Nederland gestaag. En in Georgië wonen nu ook Nederlanders. Een voorbeeld is het huwelijk tussen de huidige president van Georgië, Mikhail Saakasjvili en zijn Nederlandse vrouw, Sandra Roelofs.

Wat maar weinig mensen wisten is dat Jevgeni Artemidze (1920 - 2010) jarenlang in zijn huis in Manglisi, Georgië, een woonkamer als museum had ingericht over de opstand op Texel. Artemidze maakte deel uit van het 822e Georgische Bataljon en was een van de vier in 2004 nog in leven zijnde mannen die aan de opstand hadden meegedaan.
In de kamer lag veel archief-materiaal tentoongesteld. Aan de muur hingen foto's met namen van soldaten en in dozen en laden lagen schriften en papieren met foto's waarop soldaten hadden geschreven over hun ervaringen.
In 2003 is een boek van
Artemidze over zijn ervaringen op Texel in Tbilisi gepubliceerd, Van Manglisi tot Engeland - Opstand op het eiland Texel:

Klik hier voor een korte samenvatting van Artemidze's boek door Soelgani Amiranasjvili in PDF formaat.

In de Texelse Courant van 6 augustus 2004 verscheen een artikel over de voorbereidingen van een opera over de opstand op Texel, "Libretto opera over Georgische opstand klaar".
Schrijver Pip Barnard vertelt daarin dat hij het libretto van de opera, De Russenoorlog geheten, heeft voltooid en het aan componist Ed de Boer heeft meegegeven voor de muziek. Het betreft een kameropera in twee aktes met een proloog en een >



Het oorspronkelijke bord bij de Ingang van de Georgische begraafplaats Loladse op de Hoge Berg tussen Den Burg en Oudeschild op Texel. Loladse, de aanvoerder van de 5e compagnie van het Georgische bataljon, werd doodgeschoten in een greppel nabij boerderij Plassendaal.
In 2002 is dit bord vervangen door een nieuw
(zie hieronder)




Evgeni Artemidze in september 2000 in een als museum
ingerichte kamer van zijn huis in Manglisi voor de geopende koffer met foto's en documenten die hij in 1945 van Texel mee naar Georgië nam


epiloog, voor acht zangers en koor, geschikt voor kleine theaters. De wereldpremière op Texel, gevolgd door een aantal uitvoeringen in binnen- en buitenland, was aanvankelijk gepland voor het jaar 2007, maar helaas ontbraken voldoende financiële middelen om de opera in zijn geheel te kunnen uitvoeren. Wel vond er op 5 mei 2005 een circa zestig minuten durende presentatie van de kameropera plaats in de N.H. Kerk in Den Burg. Daarmee was het eerste deel van deze, in opdracht van de Gemeente Texel en de Provincie Noord-Holland geschreven opera, precies zestig jaar nadat de opstand van de Georgiërs zich op Texel afspeelde, voor het eerst te horen. Medewerkenden aan de presentatie waren: de zangers Maaike Widdershoven, Hugo Haenen, Aart Mateboer, Maaike Beekman, het Weidler strijkkwartet en een koor van Texelse zangers. De rollen van de drie Georgiërs in Duitse krijgsdienst werden vertolkt door leden van het Georgische muziekensemble Kereoni: Levan Samkurashvili, Levan Goliadze en Merab Samkurashvili.

Na afloop van de presentatie sprak schrijver Pip Barnard enkele woorden:
"In 44 dagen tijd eiste de Russenoorlog ruim tweeduizend slachtoffers.
Ruim tweeduizend slachtoffers.
De tijd heelt wel de wonden, maar het litteken dat blijft. Een opera over de Russenoorlog.
Drie partijen, één doel - overleven.
Drie partijen, één vraag - wat zou ik hebben gedaan?
Wat zou u hebben gedaan? En u? Wat zou jij hebben gedaan?
We kunnen alleen maar hopen dat we die keus nooit hoeven te maken.
Wat gebeurd is, is gebeurd en dat veranderen we niet.
Na zestig jaar wordt het tijd een begin te maken met verwerken.
Een opera over de Russenoorlog.
Muziek geneest.
Het kan niet altijd winter zijn. We moeten verder gaan".

(Meer informatie over de opera De Russenoorlog:
www.as-you-like-it.nl
)

Drie partijen: Texelaars, Georgiërs en Duitsers. Na zestig jaar wordt het tijd een begin te maken met verwerken, zei Pip Barnard. Hoe waar dat is, blijkt wel uit de houding van de drie partijen door de jaren heen. Georgiërs willen de opstand het liefst zien als een heldendaad, een verzet tegen fascisme en nazisme.
Daarentegen zijn er Texelaars die tot op de dag van vandaag uiting geven aan hun grieven en de Georgiërs alles behalve helden vinden en hen hartgrondig verwijten hun eigen hachje te hebben willen redden waardoor Texelse burgers in gevaar kwamen en het leven lieten. Een van hen vertelde voor een televisiecamera dat hij de Georgiërs nog meer haatte dan de Duitsers. Als de Georgiërs er niet waren geweest, dan had Texel, op een paar incidenten na, weinig gemerkt van de oorlog.
De Duitsers hoor je helemaal niet over het drama, een enkeling uitgezonderd.
In 2003 bracht de Georgische ambassadeur Konstantin Zaldastanishvili een bezoek aan Texel met het doel te weten te komen wat er zich precies op Texel had afgespeeld in april 1945 en wat de bevolking daarover dacht. De Texelse Courant van 6 mei 2003 meldde dat op initiatief van de ambassadeur in het Luchtvaart Museum Texel een besloten bijeenkomst gehouden was waar diverse betrokkenen, onder wie nabestaanden van slachtoffers van de opstand, aanwezig waren.
Al jaren daarvoor was van officiële Georgische zijde erkend dat de opstand een ramp voor de burgerij is geweest. De vorige ambassadeur, Zoerab Abashidze, had in 1999 tijdens een bezoek aan Texel reeds zijn spijt erover uitgesproken.
De Georgische opstand, of muiterij volgens historici, was een Griekse tragedie, waarin daden van de mens uiteindelijk niet leiden tot de beoogde doelen maar gevolgen hebben die niemand heeft gewild.
De jaarlijkse herdenking van 4 mei op de begraafplaats Loladse is een particuliere aangelegenheid en geen officiële, van gemeente-, provincie- of staatswege georganiseerde bijeenkomst. Het is een geschikte plek voor besef van de verschrikkingen van een oorlog, verwerking van leed en verzoening van de mens met de werkelijkheid. Het is niet een plek voor uiterlijk vertoon en heldenverering.

De begraafplaats is sinds de laatste jaren op 4 mei een herdenkingssplek geworden voor in Nederland wonende Georgiërs. In 2006 bijvoorbeeld kwamen er circa dertig mensen bijeen. Onder hen bevonden zich Georgische gezinnen met kinderen in de leeftijd van zes tot zestien jaar. Tevens was er een filmploeg naar de begraafplaats gekomen om opnamen te maken voor een documentaire film over herinneringen aan de Tweede Wereldoorlog op Texel.
Onder regie van de op Texel geboren journalist en documentairemaker Arnold van Bruggen interviewde Tomas Kaan met cameraman Rogier Timmermans de oud-verzetsman Huug Snoek en verschillende oudere Texelaars die de periode hebben meegemaakt.
De daaruit ontstane film, De Russenoorlog, waarin ook de laatste nog levende Georgiërs die op Texel waren aan het woord komen, is voor het eerst vertoond op het 22ste IDFA - International Documentary Film Festival Amsterdam - in november 2009. Zie de website: http://www.derussenoorlog.nl/

Het Texelse drama is de enige historische band tussen Nederland en Georgië, niet bewust gecreëerd, maar door het lot bepaald. Er was in het verleden in Nederland nauwelijks belangstelling voor de Kaukasus of Georgië. Dit in tegenstelling tot landen als Duitsland, Frankrijk of Engeland. Tussen deze landen en de Kaukasus ontstond een druk verkeer dat resulteerde in vertaalde literaire werken, allianties en wetenschappelijke samenwerking en uitwisseling op allerlei gebied. Bij dat laatste zette vooral Duitsland de toon.
Een paar voorbeelden.
Duitse, Engelse en Franse schrijvers en wetenschappers, onder wie botanisten, alpinisten, linguïsten, ethnologen, cartografen en paleontologen trokken in de negentiende eeuw voor inspiratie en onderzoek de Kaukasus in. De dagboeken en kaarten van de Duitse alpinist Gottfried Merzbacher bijvoorbeeld die eind negentiende eeuw als een van de eersten door het hooggebergte van Svanetië trok, worden in onze tijd weer geraadpleegd om in zijn voetsporen tochten te maken.
De Franse schrijver Alexandre Dumas reisde in 1858/1859 bijna tien maanden lang door Rusland en de Kaukasus met als resultaat zijn boek Le Caucase waarin hij de Kachetische wijn lof toezwaait. Het is in diverse talen uitgekomen en wordt steeds weer herdrukt. In 1887 maakte de Engelsman Oliver Wardrop zijn eerste reis naar Georgië. Een jaar later verscheen van zijn hand The Kingdom of Georgia. In 1894 maakte hij zijn tweede reis en begon hij met het leren van de Georgische taal. Hij zou nog vele boeken en artikelen over Georgische onderwerpen publiceren zoals The Book of Wisdom and Lies. Medio jaren dertig richtte hij samen met W.E.D. Allen, auteur van het nog steeds verkrijgbare boek A History of the Georgian People (1932), de Georgian Historic Society op. Allens boek wordt beschouwd als een standaardwerk over de geschiedenis van de Georgiërs. Wardrops echtgenote Marjory vertaalde het middeleeuwse epos De Man in het pantervel van de dichter Sjota Roestaveli in het Engels.
Het epos is in totaal in 45 talen vertaald, waaronder het Fins en het Japans. Het Nederlands ontbreekt. In het Japans, Engels, Frans en Duits bestaan er zelfs meerdere vertalingen van.
Tot voor kort was er geen enkel literair werk uit het Georgisch in het Nederlands vertaald. Nederland heeft wat dat betreft nog veel in te halen. Dankzij de inspanningen van Ingrid Degraeve van het Docentschap Nederlands aan de Chavchavadze State University in Tbilisi verscheen er in 2003 voor het eerst een Nederlandse vertaling van een Georgisch boek: Vano en Niko van de schrijver Erlom Achvlediani, vertaald door Ingrid Degraeve.

Op 12 september 2006 stond er in de Texelse Courant in het artikel Texel in beeld voor studietour oorlog vermeld dat Texel mogelijk wordt opgenomen in een rij van gebieden waar militairen bewust worden gemaakt van oorlogen die zich er hebben afgespeeld. Het Nederlandse Instituut voor Militaire Historie, onderdeel van het ministerie van Defensie, wil rondleidingen opzetten om de historie van de Georgische Opstand te belichten. Er is op 9 september 2006 al bij wijze van proef een battlefieldtour over het eiland gehouden.
Tientallen leden van de Koninklijke Vereniging ter Beoefening van de Krijgswetenschap werden langs diverse historische plekken van de Georgische Opstand geleid.
Oud-Texelaar Serge Blom, docent militaire geschiedenis aan het Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH) vertelde over wat zich daar in april en mei 1945 heeft afgespeeld. De leden hadden ook een ontmoeting met oud-verzetsman Huug Snoek die sprak over de opstand aan de hand van zijn eigen ervaringen.

Wie meer wil weten over het bijwonen van de herdenking van 4 mei
op de Georgische begraafplaats van Texel kan zich wenden tot Josephine Stephanus-Zjorzjoliani,
E-mail: jnstephanus@hotmail.com

Alexandra Gabrielli, november 2004 - december 2012