|
Op een mooie
zonnige dag aan de rand van een bos woonde Roodkapje. Ze leefde daar
gelukkig met haar ouders. Maar op een dag werd haar grootmoeder ernstig
ziek, en Roodkapje ging haar een bezoekje brengen. Speciaal voor haar
grootmoeder had ze een mand met vers fruit en shoarma meegenomen. Maar om
bij haar grootmoeder te geraken moest ze door het donkere bos, en ze had
al zo’n angst voor de grote boze wolf. Ja jullie
kennen dat wijsje wel… Roodkapje
schrok zo hard dat haar rode kapje ineens afvloog en haar dreadlocks
tevoorschijn kwamen. Iedere keer als ze naar haar grootmoeder ging moest
ze haar rode kap opzetten omdat haar grootmoeder nogal ouderwets was
aangelegd en niet openstond voor nieuwe ervaringen. En zeker niet voor
Roodkapje haar muzikale Raggae-voorkeur. Roodkapje was namelijk een hevige
fan van “Capleton”
De eerste:
“Wie heeft er op mijn stoeltje gezeten?" De
tweede:”Wie heeft er van mijn bordje gegeten?” De derde:”
Wie heeft er op mijn stoeltje gezeten?” De vierde:”
Wie heeft er van mijn bordje gegeten?” De vijfde:”
Wie heeft er op mijn stoeltje gezeten?” De zesde:”
Wie heeft er van mijn bordje gegeten?” De zevende:”
Wie heeft er op mijn stoeltje gezeten en van mijn bordje gegeten?” Haastig gingen
ze op zoek naar de indringer die hun maaltijd had verorbert. De avond werd
al snel nacht en er werd tot diep in de nacht gefeest met hun nieuwe
vriendin, en ze sliepen als gevolg de volgende dag ook door tot in de
middag. Maar het afscheid kwam veel te snel, want Roodkapje moest nog naar
haar grootmoeder toe om het vers fruit en de shoarma te brengen. Alle
dwergen namen afscheid van Roodkapje en ze leefde nog lang en gelukkig.
|