Op een mooie zonnige dag aan de rand van een bos woonde Roodkapje. Ze leefde daar gelukkig met haar ouders. Maar op een dag werd haar grootmoeder ernstig ziek, en Roodkapje ging haar een bezoekje brengen. Speciaal voor haar grootmoeder had ze een mand met vers fruit en shoarma meegenomen. Maar om bij haar grootmoeder te geraken moest ze door het donkere bos, en ze had al zo’n angst voor de grote boze wolf.
Om haar angst te verbergen zong ze luidop “K`ga naar oma shoarma brengen, in het bos, in het bos” , enzovoort.

Ja jullie kennen dat wijsje wel…

Als toppunt van pech verdwaalde ze ook nog eens. En na een uurtje ronddwalen door het bos kwam ze aan bij een huisje dat leek op dat van haar grootmoeder, maar wat bleek, het was het huisje van grootmoeder helemaal niet. Ze keek door het raam naar binnen en zag daar zeven kleine bordjes met dampende pap staat. Ze waagde zich naar binnen, en om haar oma eerst gerust te stellen nam ze haar nieuwe Nokia 5510 en belde naar haar oma. Een paar kilometer verder ging een gsm af met de melodie van k3: “ Wie heb ik aan de lijn hallo, hallo??” en grootmoeder nam op.

Roodkapje stelde haar grootmoeder gerust en vroeg haar Oma of ze haar ouders wou verwittigen want haar beltegoed was bijna op. Na het telefoontje ging ze aan tafel zitten om de dampende pap op te eten. Na het eten was ze zo moe geworden van het ronddwalen in het bos dat ze op zoek ging naar een slaapplaats. Midden in haar dutje werd ze plotseling gewekt door vrolijke stemmen. Stemmen die aan het zingen waren.
Het klok als volgt: hey ho, hey ho, je krijgt hem niet cadeau, lalalala lalalala hey ho hey ho,…

Roodkapje schrok zo hard dat haar rode kapje ineens afvloog en haar dreadlocks tevoorschijn kwamen. Iedere keer als ze naar haar grootmoeder ging moest ze haar rode kap opzetten omdat haar grootmoeder nogal ouderwets was aangelegd en niet openstond voor nieuwe ervaringen. En zeker niet voor Roodkapje haar muzikale Raggae-voorkeur. Roodkapje was namelijk een hevige fan van “Capleton”



De 7 dwergen kwamen hun huisje binnen na een dag werken in de diamantmijn. Hun buit van vandaag was omvangrijk en iedereen had dus een goed humeur. Toen de 7 dwergen binnen kwamen zei:

De eerste: “Wie heeft er op mijn stoeltje gezeten?"

De tweede:”Wie heeft er van mijn bordje gegeten?”

De derde:” Wie heeft er op mijn stoeltje gezeten?”

De vierde:” Wie heeft er van mijn bordje gegeten?”

De vijfde:” Wie heeft er op mijn stoeltje gezeten?”

De zesde:” Wie heeft er van mijn bordje gegeten?”

De zevende:” Wie heeft er op mijn stoeltje gezeten en van mijn bordje gegeten?”

 

Haastig gingen ze op zoek naar de indringer die hun maaltijd had verorbert.
En zo vonden ze Roodkapje op de sofa liggend met een glas bessen sap naast haar.
Ze maakte haar wakker en vroegen waarom ze de deur niet had dicht gedaan. Want ook dwergen moeten nu eenmaal hun huis verwarmen met brandstof die niet goedkoop is, maar Roodkapje wist de harten te stelen van de 7 dwergen door hun om de beurt haar mp3 speler op te zetten met de laatste nieuwe raggae-nummers.

De avond werd al snel nacht en er werd tot diep in de nacht gefeest met hun nieuwe vriendin, en ze sliepen als gevolg de volgende dag ook door tot in de middag. Maar het afscheid kwam veel te snel, want Roodkapje moest nog naar haar grootmoeder toe om het vers fruit en de shoarma te brengen. Alle dwergen namen afscheid van Roodkapje en ze leefde nog lang en gelukkig.