De geschiedenis van Salim en Suleika 

“O, mijn koning, de hoofdpersoon uit dit verhaal is genaamd Salim, een in die tijd veel voorkomende naam. Salim is jong, ongeveer 24 jaar, knap, en in de kracht van zijn leven. Hij heeft kort zwart golvend haar en donkerbruine weemoedige ogen. Hij is ongeveer 1.80 lang, naar huidige maatstaven sportief, hij is sterk, slank gebouwd, en voorzien van een voordeel, waar hij vele meisjes gelukkig mee zou kunnen maken. Zijn vader, Abbas-Ben-Sidi, een zorgzaam mens en liefhebbend echtgenoot, is in de stadsstaat Bagdad een voornaam figuur, een niet onbemiddelde koopman van allerlei ongeregelde partijgoederen, doch voornamelijk stoffen en sierraden.
Salim`s moeder is een knappe en lieve vrouw, een dochter van de rechterhand van de Kalief van groot Bagdad. 
Hij, onze Salim, heeft ook een jongere zuster, genaamd Aisha, die inmiddels de huwbare leeftijd nadert. Haar zullen we op een later tijdstip en in een ander verhaal nog nader leren kennen.”
 
 
 


Op een dag was Salim, vergezeld van een schrijver, een vertrouweling van zijn vader, genaamd Yousoef, onderweg naar een van zijn pakhuizen om goederen te inventariseren.
Onderweg daarheen treffen ze bij een waterbron waar ze langskwamen, een bijzonder mooi meisje aan. Ze was klein, zeker niet groter dan 1.60, en ruwweg geschat zo`n 20 jaar. Ze droeg een wit en rood, half doorzichtig wijd bloezend tulen tuniek dat rijkelijk versierd was met op goud gelijkende batikpatronen, dat haar lichaam vanaf haar hals tot haar enkels bedekte, maar toch luchtig genoeg was om het niet te warm te krijgen.
Haar broek met bloezende wijde pijpen was van dezelfde half doorzichtige stof als haar tuniek, opgehouden door een zwart zijden koord, met strikjes onderin de pijpzoom.
Die broek was een voor die tijd bijzonder modische wijde zouave-heupbroek, die, zoals ook heden ook modern is, haar platte meisjesbuik en haar verleidelijke navel een flink stuk onbedekt lieten.

Vooral in tegenlicht waren door de doorschijnende harembroek haar fraaie vormen nu en dan duidelijk zichtbaar. Ze had een huid als blank albast, mooi gaaf en licht gebruind door de zon, en lang golvend, heel donker haar dat ze los om haar hoofd droeg. Op haar hoofd droeg ze een gouden diadeem dat blonk en schitterde in de zon door de erin verwerkte edelstenen.
Aan haar voeten droeg ze de voor het verre oosten zo kenmerkende muiltjes met omhoog krullende punten. Welvaart en rijkdom was duidelijk zichtbaar aan haar verschijning af te lezen.

Salim keek vanaf enige afstand bewonderend en aandachtig naar het mooie meisje en zag haar mooie ovale gelaat, glanzende hartvormige, diepbruine ogen, met lange zwarte omhoog gekrulde wimpers en mooie, boven haar neusbrug doorlopende smalle donkere wenkbrauwen. Op haar voorhoofd en op de rug en handpalmen van haar handen prijkten hennarode vlekken ter aanduiding van haar geloofsrichting. Ze had een mooie, ovaal gevormde mond met sensuele lippen die zich graag en voortdurend voor een kristalheldere klaterende lach opende. Ze had mooie, regelmatig gevormde spierwitte tanden, en ze werd vergezeld door twee jonge zwarte slavinnen. Ze had hem wel in de garen maar deed net, of ze niet in merkte dat Salim geïnteresseerd naar haar stond te kijken. Toen het gezelschap de waterkruiken gevuld had en wegliep, waarbij hun enkelsieraden vrolijk rinkelden, het mooie meisje druk kletsend met de twee zwarte slavinnen die haar vergezelden, en welke op hun hoofd de gevulde waterkruiken droegen, hield het meisje nog even kort stil, keek nog een keer naar hem om en keek hem recht, bijna brutaal, in de ogen, en glimlachte met die voor vrouwen zo kenmerkende geheimzinnigheid in haar blik, naar hem. Hij keek haar, met zijn blik vol verlangen na en zag dat ze onder haar kleding rondingen had, die onder het lopen bewogen op een manier die hem de rillingen bezorgde van begeerte.
 
De klerk, Yousoef, een stuk ouder en rijper dan Salim, sloeg het tafereel glimlachend gade, en had wel in de gaten wat zich hier afspeelde, en toen Salim hem vroeg "Wie is toch dat beeldschone meisje?" kon hij, de schrijver, slechts antwoorden "Ik weet het niet, Heer, maar ik zegt u toe dat ik dit met spoed uit zal zoeken en U weldra van haar persoonlijke omstandigheden op de hoogte zal brengen!" Ze vervolgden hun tocht naar het pakhuis, opende de deur en gingen binnen aan het werk, maar echt goed kon Salim zijn hoofd er niet bijhouden, steeds weer verscheen voor zijn geestesoog de bevallige verschijning van het mooie donkerharige meisje.
Mistroostig zat hij op een baal stof aan haar te denken, terwijl de klerk het tellen en inventariseren van de goederen in het pakhuis deed en hiervan verslag schreef.
Hij, Salim, voelde nu al dat hij geen rust zou kennen voor hij met de schone jongedame had kennis gemaakt.

Vanaf dat moment was hij niet meer dezelfde, zo verzekerde mensen die hem kende, hij bracht veel van zijn tijd door starend uit zijn kamerraam, met smachtende blikken kijkend in de richting van de waterbron. Hij verwaarloosde school, werk en alle overige bezigheden, telkens met haar beeltenis voor zijn ogen. Steeds als hij de klerk Yousoef zag, vroeg hij naar de vorderingen van zijn onderzoek naar de identiteit van het meisje, maar telkens moest hij Salim teleurstellen, met de woorden "Helaas, meester, het lijkt, of ze in de lucht is opgelost!"
 
Doch echter, op een goede ochtend, klopte de klerk op Salim`s kamerdeur, en toen deze hem binnengelaten had en brandend van nieuwsgierigheid hem aankeek, zei deze: "Meester, ik heb een droevige boodschap, het meisje dat U bedoeld is genaamd Suleika en is de dochter van de Kalief van Bagdad, ze gaat wel eens incognito door de stad om te horen wat er onder het volk leeft, zoals U zelf hebt gezien. Het spijt me, werkelijk, maar ik denk dat een ontmoeting met haar buiten Uw bereik ligt!"Diep bedroeft ging Salim op zijn rug op zijn bed liggen om te overpeinzen wat zijn mogelijkheden waren.
Daar hoorde hij gerucht buiten, en toen hij uit zijn kamerraam in de richting van de waterbron keek, zag hij daar tot zijn grote opwinding het meisje!
Als de bliksem spoedde hij zich naar de schrijverskamer en sommeerde Yousoef naar buiten te gaan, haar discreet te volgen en te zien in welk vertrek van de Kalief`s paleis ze wel woonde.

Al snel was de klerk terug met de mededeling dat ze op de eerste etage van het paleis gehuisvest was, in de kamer met de eerste drie ramen vanaf de zuidelijke hoek.
Salim kreeg een schitterend plan. Een meisje van haar afkomst zou beslist een ontwikkelde opvoeding hebben gehad en zeker van kunst, en in het bijzonder muziek, graag daarvan willen genieten. Hij zou met zijn favoriete snaarinstrument, de Zaz, over de muur van het paleis van de Kalief klimmen, verdekt onder haar raam plaats nemen en daar zijn mooiste spel en gezang ten gehore brengen. Haar nieuwsgierigheid zou zeker gewekt worden en ze zou beslist naar zijn artistieke prestaties luisteren, telkens weer, en wellicht zou er zo na enige tijd een kans voor hem ontstaan, haar aan te kunnen spreken en kennis met haar te maken.
 
 
Aldus geschiedde. 
 

De namiddag van de volgende dag, zeer behoedzaam, goed oplettend op eventuele aanwezigheid van paleisbewakers, dit waren reusachtige beresterke eunuchen, klom hij, geholpen door de klerk Yousoef, over de paleismuur. Hij kwam achter wat struiken in de paleistuin terecht, zat op zijn hurken om zich heen te kijken en constateerde, zich verborgen houdend tussen de begroeiing, dat niemand kennis had van zijn aanwezigheid. Hij sloop, voorover gebukt onder dekking van het struikgewas naar de zuidelijke hoek van het paleis, en zag dat de houten jaloezieën voor haar ramen gesloten waren. Dit betekende dat ze dus thuis was en waarschijnlijk uitrustte.Dit was tamelijk gewoon in een land dat in de middagzon makkelijk een lucht-temperatuur kon bereiken van 40 graden Celsius en soms nog veel hoger.
Bij deze temperaturen speelde het openbare leven zich voornamelijk in de vroege ochtend, s`avonds na zonsondergang en in de vroege nacht af, overdag deed men het rustig aan.
Hij, Salim, had op dit moment echter in de verste verte geen voeling van de warmte en gedreven door hartstocht was er niets, dat hem zou kunnen tegenhouden.
 
Hij nam gehurkt plaats onder het raam op de hoek, en streelde enkele zachte akkoorden op zijn instrument. De zachte zoete en lieflijke klanken van zijn Zaz zouden slechts op korte afstand hoorbaar zijn, zodat hij weinig kans had, zich aan anderen dan zijn bedoelde persoon te verraden.
Na anderhalf uur, de zon had al een flink stuk afgelegd, had hij nog geen spoor van beweging kunnen waarnemen achter het raam, maar hij wist vrij zeker, dat zijn muziek en zang haar aandacht wel getrokken zou hebben.
Langzaam, achterwaarts, sloop hij terug naar de plaats waar hij over de muur was geklommen en de klerk had achtergelaten, en toen hij op gedempte toon deze bij zijn naam riep, kreeg hij onmiddellijk zachtjes antwoord. " Ja, Heer, kom maar!"
Zo verstreken enkele dagen, telkens zonder enige reactie van achter het raam.
 
 Tot op een zekere dag. 

Die dag klauterde hij, na zijn muzikale kunstuitingen ten gehore te hebben gebracht, met behulp van een daar groeiende boom terug over de muur, liet zich langzaam, met zijn gezicht naar de muur op zijn voeten zakken, en werd stevig om zijn benen, zijn middel en zijn armen vastgegrepen. Toen hij weer vaste grond onder zijn voeten had zag hij, dat hij echter niet door Yousoef over de muur werd geholpen maar door enkele paleiswachters, die kennelijk in opdracht van de Kalief handelden. Met angstige ogen keek Salim om zich heen en zag dat zijn klerk aan handen en voeten geboeid, en met een prop in zijn mond met zijn rug tegen de boom zat. Salim werd met een zwart zijden koord, gelijkend op een koord dat wordt gebruikt voor het gesloten houden van een kamerjas, zijn handen achter zijn rug en ook een koord om zijn enkels vastgebonden, over de schouder van een van de enorme paleiswachten geslingerd, en zo meegenomen naar de hoofdingang.
Daar werd hem een blinddoek omgedaan, zodat hij er geen idee van had, wat er met hem ging gebeuren en waar ze heen gingen.
 
Hij hoorde een zware deur dichtslaan en begreep, dat ze binnen de paleismuren waren.Aan de bewegingen van de paleiswachter die hem over zijn schouder droeg bemerkte hij, dat er een trap beklommen werd. Daarna volgde enkele hol klinkende gangen, er werd een deur geopend, zijn blinddoek en boeien werden afgedaan. Daarna verliet de paleiswachter de ruimte en liet hem alleen, er zorgvuldig zorg voor dragend dat de grendels die van buitenaf op de deur zaten degelijk gesloten waren. Hij keek om zich heen, en zag, dat hij in een ruimte was waar alleen een bed stond en een kan met water en een kom om te kunnen drinken, met een raam dat zo te zien uitkeek op de tuin. Hij liep naar het raam, en zag dat hierlangs ontsnappen onmogelijk was. De raamopening was voorzien van stevige tralies, waaraan hij kon rukken en trekken maar er geen enkele beweging in kreeg. Hij keek met zijn hoofd tussen de tralies omlaag en zag een diepte van zeker acht meter. Onder hem een volkomen gladde muur. Nergens steun voor klimmende voeten, nergens iets dat hij kon gebruiken om zich te laten zakken en zo te ontsnappen.
 
 Uit het raam kijkend en met zichzelf overleggend hoe het nou verder moest, hoorde hij een gerucht achter zich, hij draaide zich om en stond oog in oog met een van de zwarte slavinnetjes van de donkerharige dochter van de Kalief. Met spottende ogen keek ze hem aan.Ze zei "Mijn meesteres wenst te weten wie U bent, wat Uw bedoelingen zijn en wat U telkens in de tuin onder haar raam doet, en waarom U daar muziek en zang bij ten gehore brengt."
Hij keek haar scherp aan. "Vertel mij liever eerst wie je meesteres is, en waarom ik met geweld hier gevangen gezet wordt, gebonden als een boef!"
Het meisje antwoordde "Mijn meesters is de dochter van de Kalief, haar naam is Suleika, en haar macht reikt zeer ver…. U bent opgebracht omdat U zich op verboden grondgebied bevond en daar beslist geen toestemming voor had verkregen. Indien de Kalief hiervan verneemt, zal hij U streng straffen."
 
Hier schrok Salim toch wel een beetje van, hij had gehoord dat de Kalief een rechtvaardig man was, maar aan diegene die dat oprecht hadden verdiend, strenge straffen uitdeelde.Hij antwoordde "Mijn naam is Salim-Ben-Sidi, en ik heb strikt zuivere bedoelingen. Ik ben de zoon van Abbas-ben-sidi, de bekende stoffenhandelaar. Wellicht is de naam van mijn vader bij U bekend en heeft de Kalief of een van zijn paleisgenoten meermalen stoffen of sieraden bij hem gekocht. Ik ben hier omdat het aangezicht van Uw meesteres mijn hart in vuur en vlam heeft gezet en ik aan niets anders meer kan denken dan aan de liefde die ik voor haar voel."
De slavin boog en zei "Ik zal Uw verklaring zo aan mijn meesteres overbrengen, zij zal daarna beslissen wat haar volgende stap zal zijn."
Ze klopte op een bepaalde manier, kennelijk een soort code, op de deur, deze ging open en de paleiswachter die buiten op wacht stond liet haar door, waarbij hij Salim scherp in de gaten hield. Het was Salim duidelijk dat ontsnappen ook langs deze weg onmogelijk was.

Lange tijd gebeurde er helemaal niets. Salim ging op de rand van het bed zitten, wachtte en wachtte, en toen er niets leek te gebeuren dat op verlossing leek, ging hij op zijn zij met opgetrokken knieën op het bed liggen en overmand door vermoeidheid, viel hij, veroorzaakt door slaapgebrek en spanningen van de afgelopen dagen, in een diepe en droomloze slaap. 
Toen de zon bijna niet meer door de ramen naar binnen scheen omdat hij verder was gedraaid dan het zicht van het raam toeliet, werd de deur geopend, dit maal door het andere zwarte slavinnetje, en kwam ze binnen met een dienblad met voedsel en dranken.Salim bedankte haar, legde een kussen van het bed op de grond en ging er in kleermakerszit opzitten.
Ook zij verliet ze het vertrek door het kloppen op de deur met de speciale code.
Salim at en dronk van het voedsel, en waarachtig, dit was geen gevangenisvoer, er waren uitgelezen gerechten en dranken, welke gewoonlijk slechts aan belangrijke gasten geserveerd werden. Hij kreeg hierdoor stilaan zo`n vermoeden dat het met zijn gevangenneming wel los zou lopen en dat hij spoedig weer vrij man zou kunnen zijn.

Yousoef had intussen ook niet stilgezeten en had na te zijn vrijgelaten, het gebeurde gerapporteerd bij Abbas-ben-sidi, Salim`s vader. Deze had luid lachend gereageerd met de woorden: "Ja, wie zijn billen brand moet op de blaren zitten, moet hij maar bij de Kalief`s dochter vandaan blijven."
Maar, hij zond toch een bode met geschenken en een boodschap naar de Kalief en trachtte deze daarmee mild te stemmen en Salim vrij te laten, deze had immers slechts eerzame bedoelingen, en wel de liefde voor de Kalief`s dochter. Toen echter de boodschapper terugkwam kon deze slechts melden dat Salim`s aanwezigheid in het paleis niet bij de Kalief bekend was en deze hem zeker niet had laten arresteren. Daarnaast zond de Kalief zijn groeten, bedankte voor de geschenken en nodigde Abbas-ben-sidi uit om thee te komen drinken wanneer deze in de buurt was.
 
Beslist een vriendelijk gebaar van de Kalief aan Abbas-ben-sidi. 
 
Abbas-ben-sidi liet de Kalief weten dat hij graag van het aanbod van de Kalief gebruik zou maken en hem de volgende namiddag zou bezoeken.Wederom liet hij uitgelezen geschenken zoals snuisterijen, sierraden en fijne stoffen, de beste en bijzonderste uit zijn voorraad, bij de kalief bezorgen. De Kalief op zijn beurt liet aan Abbas-ben-sidi geschenken bezorgen, waaronder een geheimzinnige blauwe fles. Hierbij zat een oud geschrift, dat beschreef dat de fles alleen geopend mocht worden door een man, wiens liefde niet beantwoord werd.
Dit leek Abbas-ben-sidi een uitstekend geschenk voor zijn zoon Salim, maar eerst, voor hij hem dit geschenk kon overhandigen, diende hij uit te zoeken waar deze zich bevond.
 
Hij ontbood de klerk Yousoef, en liet deze uitgebreid verklaren wat er op de dag van zijn verdwijning had plaats gevonden. Langzaamaan werd het Abbas-ben-sidi duidelijk dat er iets had plaatsgevonden waar de Kalief geen weet van had.Hij zond Yousoef op onderzoek uit, deze vatte post bij de zuidhoek van het paleis en inderdaad, op gegeven moment zag hij Salim voor een venster staan en zag deze naar buiten kijken. Hij zette zijn vingers aan zijn mond en liet een schel fluitje horen waarvan alleen Salim en hij, Yousoef, de melodie en het ritme kende. Verrast keek Salim naar buiten en zag Yousoef achter de paleismuur naar hem gebaren.
Dit maakte Salim duidelijk dat men hem niet vergeten was en dat er kennelijk aan zijn vrijlating gewerkt werd. Yousoef gebaarde hem, zich geduldig te houden en dat er aan een oplossing voor zijn opsluiting werd gewerkt.
 
Yousoef rapporteerde bij Abbas-ben-sidi, en deze liet een oude vriend, het hoofd van zijn persoonlijke bewaking, Kapitein Piri Suleiman Reis, bij hem komen. Deze hoorde olijk glimlachend de geschiedenis aan, en had als oplossing dat hij zijn beste boogschutter met pijl en boog een koord omhoog zou laten schieten waarlangs Salim dan zou kunnen ontsnappen. Hier was Abbas-ben-sidi het mee eens en aldus werd het plan zo uitgevoerd.
Het gezelschap, de kapitein Piri Suleiman Reis, de klerk Yousoef, en de boogschutter van het garnizoen van Abbas-ben-sidi, begaven zich in de richting van het paleis. Daar het midden op de dag was en iedereen binnen bleef wegens de warmte zou er een kleine kans zijn dat de operatie ontdekt werd.
 
Yousoef floot weer het wijsje op zijn vingers, Salim verscheen voor het raam en zag de boogschutter met zijn boog en het koord, en begreep meteen de bedoeling.Hij stapte opzij om de pijl vrije doorgang te geven, en toen de boogschutter geschoten had behoefde Salim niet anders te doen dan het dunne koord, waaraan een ander, dikker koord was geknoopt dat zijn gewicht kon dragen, binnen te halen, om een tralie te knopen waarna met vereende krachten de tralie werd verbogen en uit de muur kon worden getrokken. Een tweede keer werd het dunne touw naar binnen geschoten en alles wat Salim behoefde te doen was dit touw binnen te halen en het daaraan vastgeknoopte dikke touw aan een spijl van het bed vast te knopen en zich naar beneden te laten zakken en daarna omzichtig over de muur te klimmen.

Wederom was onze held weer vrij man.

Toen hij aan de veilige kant van de paleismuur was aangeland keek hij omhoog en zag het mooie meisje zwijgend en roerloos met de armen gekruist over elkaar uit haar kamerraam naar hem kijken. Hij zwaaide met zijn hand naar haar, blies haar een kushandje toe en het gezelschap liep richting hun huis en verdween uit het zicht.
 
De volgende ochtend ontwaakte hij na een verkwikkende nachtrust, stond op en maakte zijn toilet. Van een Griekse koopman had hij geleerd, zijn mond en tanden te masseren met muntbladeren, waardoor hij een heerlijk frisse mond kreeg. Hij liep de trap af naar beneden en zag dat zijn ouders al naar de winkel waren en hij alleen in de woonvertrekken was. Hij at enkele dadels en dronk een nap fris water en kleedde zich op zijn kamer verder aan. Toen hij gereed was met zijn ochtendrituelen bedacht hij zich, dat hij al enkele dagen niet met zijn vrienden was samen geweest en dat ze best wel eens de laatste nieuwigheden, roddels en schandaaltjes konden uitwisselen. Wie er ruzie had met wie, welke man door zijn echtgenote betrapt was op overspel, welk meisje met wie had gevreeën enzovoort.

Hij opende de buitendeur en stapte naar buiten. Hoe het precies ging kon hij niet vertellen, maar van achteraf werd een grote zak over hem heen gegooid, die hem geheel en al kon omvatten en voelde hoe sterke handen hem over een schouder gooiden.
Hij kon roepen en spartelen zoals hij wilde, maar degene die hem droeg reageerde nergens op en liep onverstoorbaar verder, naar een doel dat onze Salim nog onbekend was. Hij hoorde deuren opengaan, hij voelde aan de bewegingen dat er een trap werd beklommen, hij werd als een zak zout op een rustbed gelegd, en het werd stil in de ruimte waar onze held zich bevond. Hij probeerde de opening van de ingang van de zak te vinden, maar aangezien deze dichtgeknoopt was, kon hij niet aan zijn gevangenschap ontkomen. Daar hoorde hij een deur opengaan en zachte voetschreden naderen.
 
"Salim?" klonk een stem vragenderwijs."JA!" antwoordde hij boos en met luide stem, en hij rolde zich om in zijn zak, "Haal me hier uit en wel direct!"
'Tuttut, kalm aan hè?" klonk een meisjesstem. Hij voelde hoe er aan de bovenkant van de zak gemorreld werd, de zak viel open en het daglicht en frisse lucht stroomde binnen. 
Tot zijn grote verbazing keek hij in de mooie ogen van Suleika!
Spottend keek deze hem aan. "Zo, ben je daar weer?" sprak ze, met een mooie, melodieuze meisjesstem. Op slag was zijn boosheid verdwenen en was hij alweer geheel onder de betovering van haar verschijning. Stijf van de ongemakkelijke houding waarin hij had gelegen klauterde hij uit de zak, lag ruggelings op de rustbank en keek haar een tijdje aan.
 
"Weet je vader, de Kalief, van mijn ontvoering?"
"Wat dacht je zelf?"
Meteen zag hij de onzin van de vraag in, als de kalief dit zou weten, hij, Salim met de Kalief`s dochter, alleen, in de begrensde ruimte van een kamer, het zou er voor Salim dan niet goed uitzien…
Beteuterd keek hij voor zich uit. Ze keek hem aan en zag zijn bezorgdheid. "Maak je geen zorgen, niemand behalve mijn kamerbewaker weet dat je hier bent, en die kamerbewaarder staat met zijn leven voor me in"Hij vroeg haar "Wat ben je van plan met me?"
"Hm, ik weet het nog niet zeker, maar ik denk dat ik je bij mijn persoonlijke slaven indeel…"
 
Verschrikt keek hij haar aan, en werd zich bewust dat hij deze keer niet over ontsnappen behoefde te peinzen en hij geheel aan haar wil was overgeleverd. Langzaam liep ze op hem af en nam hem bij de hand.Ze leunde met haar gewicht achterover en trok hem weer op zijn voeten. Ze sloeg haar armen om zijn hals, trok hem tegen zich aan en van heel dichtbij keek ze hem strak in zijn ogen.Hij keek haar ook diep in haar glanzende donkerbruine ogen en kreeg het benauwd toen hij uit haar blik las, wat ze hem zonder woorden wilde zeggen.
Glimlachend en raadselachtig kijkend bleef ze hem maar aankijken, totdat hij van verlegenheid niet meer wist hoe hij het had, en ten einde raad haar om de hals gleed en haar innig kuste.
Haar heerlijke frisse mond opende zich een klein stukje, en hun tongen vonden elkaar en speelden met elkaar als jonge dieren.
Hij voelde zich week in zijn knieën worden, toen ze haar armen om zijn hals sloeg en haar harde, grote borsten tegen de zijne drukte, waarbij hij haar stijf opgerichte tepels tegen zijn huid voelde priemen.Hij legde zijn handen op haar heupen en streelde die teder en zachtjes, op en neer.
 
Hij voelde, hoe ze huiverde onder zijn aanrakingen. Hij verlegde zijn handen, en streelde zachtjes haar rug, zo zacht dat alleen de dunne donshaartjes op haar zachte huid zijn strelingen konden voelen. Weer ging er een rilling van genot door haar heen. Hij ging verder, en streelde de huid van haar onderrug, schoof behoedzaam zijn hand onder haar broekband, wreef zachtjes over haar staartwortel,en ging verder met de aanzet van haar heerlijke billen. Langzaam, tergend langzaam ging hij lager en lager, tot hij uiteindelijk een van haar heerlijke stevige billen volledig met zijn hand omvat had en deze genietend een tijdje kneedde.
Hij verplaatste zijn vingers, en spreidde zachtjes en voorzichtig een klein beetje haar bilspleet. Het bewegen van haar huid op die plaats bezorgde haar opnieuw een golf van genot, nog nooit eerder was ze daar door iemand, laat staan een man, aangeraakt.

Met gloeiende wangen en rode oren lag ze in zijn armen, volledig in beslag genomen door de storm van hete voor haar nieuwe gevoelens die door haar mooie jongemeisjes-lichaam heen raasde.Ook haar andere bil werd door hem omvat, en genietend kneedde hij deze zachtjes.
Zijn vingers kropen door haar bilspleet, haar kleine rozebruine sterretje zorgvuldig vermijdend, en wreef en kriebelde zachtjes het stukje huid tussen haar poesje en haar rozetje.  
HHHhhhmmmm.., kreunde ze, ooooohhhh…Hij kuste haar achter haar oor, en sabbelde zachtjes op haar oorlelletje.

Hij gleed met zijn hand tussen de plooien van haar tuniek en even zachtjes omvatte hij haar ene borst. Groot, stevig en hard lag deze in zijn handpalm, en toen hij met zijn duim rondjes om haar tepel draaide en deze zachtjes streelde, voelde hij hoe die zich van lust oprichtte en verhardde.
Hij ontknoopte het ceintuurkoord om haar middel en haar tuniek viel op de grond, hij liet zich op zijn knieën zakken, trok de strik van haar wijde harembroek los en schoof die naar haar enkels, waar ze het kledingstuk zelf uitschopte. Hij drukte haar achterover, tot ze ruggelings op het bed lag, en hij kroop naast haar.Met haar mooie naakte lichaam en met trots recht omhoog wijzende borsten, met de grote donkerbruine tepelhoven en hard omhoog staande tepels lag ze in zijn armen. Zelfs liggend op haar rug stonden haar borsten recht omhoog zonder de neiging in te zakken.

Nog liet hij haar geen rust. Weer werden haar zijen en billen gestreeld.
Hij ging op zijn knieën voor haar zitten en spreidde haar knieën, hij kuste haar venusheuvel, haar dichte kortgeknipte donszachte zwarte schaamhaar kriebelde in zijn neus en zijn lippen.Hij kwam langzaam weer omhoog, stopte even om aan haar tepels te sabbelen, en kuste haar innig. Achterover zakte ze, liggend op de rustbank, een arm onder het hoofd, de andere arm wijd opzij, een knie iets opgetrokken en het andere been rechtuit gestrekt.
Hij liet zich voorover op zijn buik zakken, drukte de voet van haar andere been ook omhoog zodat haar knieën in de richting van haar oren gingen, en kuste zachtjes en teder haar buitenste schaamlippen.  

Hij voelde haar sidderen van genot!  

Lager kuste hij, spreidde met zijn wijsvinger haar schaamlippen en kuste zachtjes haar heerlijk naar meisjes geurende schaamspleet, en likte de zachtroze gekleurde lipjes met de prachtig enigszins bruin gekleurde buitenste randen.Hij drukte zijn tong tussen haar rooddoorbloede, van verlangen een stukje openstaande kutje, en ging langzaam maar zeker op weg naar boven, daar, waar in het driehoekje van haar schaamlippen haar heerlijke, van verlangen kloppende genotscentrum zich bevond.
Toen hij dat lekkere plekje gevonden had, draaide hij er met trage bewegingen rondjes omheen, en hij voelde hoe haar vagina drijf- en drijfnat werd, door haar eigen sappen, vermengd met zijn speeksel.
Dan sloeg ze haar ene been over zijn heup zodat haar billen en kutje wat gespreid open stonden. Ze hield het niet veel langer en begon met haar heupen te stoten en kwam ze kreunend klaar. 
 
 
Plots donderde er een luide stem door de kamer. De stem riep “Wat in Alla`s naam is hier gaande!”
Salim en Suleika schrokken zich wild en Salim voelde prompt hoe zijn aanvankelijk keiharde erectie als een kaartenhuis ineen stortte tot er slechts een handjevol velletjes van over was. 
Voor hem stond een man die gekleed was in kostbare gewaden, kennelijk een hoog geplaatst persoon. “Vader!” riep Suleika angstig en wierp zich op haar knieen aan zijn voeten. Met zijn handen in zijn zij stond de Kalief toe te kijken hoe onze Salim zich op zijn voeten worstelde en met een diepe buiging naast Suleika ging staan. Hij, Salim, was blij dat hij al zijn kleren nog aan had en dus niet van dingen beschuldigd kon worden die (nog) niet hadden plaatsgevonden.
“Ik had berichten vernomen van Abbas-ben-sidi dat er iets gaande was waar zijn zoon bij betrokken was en ik kwam maar eens bij jou informeren wat er precies aan de hand was” zei de Kalief.

 

 

Op naar deel 2!