Safoura en de zeven djinnie`s

 

  
"Oh mijn Koning," begon Scheherezade de volgende nacht haar volgende verhaal.

"Er was eens een jonge kleermaker genaamd Nur-ed-dien die, verzeild geraakt in moeilijke omstandigheden, rondzwervend langs de dorpen langs de zuidelijke rand van de Sahara, bedelend om werk bij de vrouw van het stamhoofd. Hij was hoofd kleermaker geweest bij een machtige sjeik maar had zich overgegeven aan de verleiding van zijn meester`s drie beeldschone nichtjes, die onder hun ooms hoede waren geplaatst.


Op een dag liep de sjeik onverwacht Nur-ed-dien 's naai-atelier binnen om daar zijn drie nichtjes aan te treffen, de jongste op handen en knieen met Nur-ed-dien die juist bezig was bij haar binnen te dringen, maar niet in haar maagdelijke hemelpoort maar in haar parmantige kleine achterste. Ter overmaat van ramp zaten de andere twee nichtjes aan weerszijden van Nur-ed-dien en zij waren gedreven hem aan het kussen en zijn ballen en zijn billen aan het strelen. Eerst overwoog de sjeik om Nur-ed-dien te castreren en hem daarna op te hangen, maar de nichtjes, met volle heupen en rijkelijk toebedeeld met boezem, stortten zich aan de machtige Sjeik zijn voeten en bepleitte smekend hem dit niet aan te doen en beloofden eeuwige toewijding en gehoorzaamheid als hij hem zou sparen. Uiteindelijk gaf de sjeik toe, onder voorwaarde dat Nur-ed-dien naar de woestijn werd verbannen en dat de drie nichtjes de sjeik`s toegewijde concubines werden.
Aldus was Nur-ed-dien op een lange eenzame tocht, zwervend van het ene dorpje naar het andere, toen hij midden in de woestijn een prachtige sopraanstem hoorde zingen.

De stem zong een smartelijk liefdeslied over een minnaar bij het zand en de duinen in het oosten. Nur-ed-dien besloot, nieuwsgierig geworden te gaan onderzoeken wie nu toch de eigenares van die wonderschone stem was, want hij miste het genot van de drie nichtjes nu dubbel en dwars. Bovendien werd het nu snel donker en zou het volle maan zijn, een tijd waarin er allerlei soorten uitschot de woestijn onveilig maakten.
Als er ergens geen vrouw of een dochter was om zich tegen te nestelen, dan zou hij ook wel zeer tevreden zijn met een slaapplaats met wat bescherming voor de nacht.
Bij het top van de duin aangekomen, was Nur-ed-dien verrast te zien dat er aan de voet van de duin een kleine oase was, en hij had er nog nooit van gehoord dat er water was in deze van Allah verlaten uithoek.
Er waren schaduwrijke palmen, en fruitbomen beladen met sappige peren en dik van het sap neer hangende sinaasappels, hetwelk hem het water in zijn dorstige en hongerige mond deed lopen. Er was ook een nederig klein huisje, half verborgen in de schaduw, en Nur-ed-dien vroeg zich af of zijn ogen hem aan het bedriegen waren.

Dan, tot zijn stomme verbazing verscheen daar een jonge vrouw van grote schoonheid en in het wit gekleed uit de schaduw van het huis. Ze was niet groot, ongeveer 1.65, ze zal naar zijn schatting 25 jaar zijn en ze had een huid met de kleur van honing en ze had alle uiterlijke vertoningen van een Arabische koningsdochter.
Ze liep in de richting van de perenbomen, een grote gevlochten rieten mand met zich meedragend, zette die naast de boom op de grond en trok toen haar witte linnen kleed uit. Nur-ed-dien zat achter een palmboom op de grond en wreef zich de ogen uit, en voelde hoe zijn al zo lang niet gebruikte piemel zich roerde. Ze ontkleedde zich tot op haar witte ondergoed, een blankheid die slechts het effect verhoogden van haar prachtige honingkleurige huid.
Ze tilde de rieten mand op haar vrouwelijke heup en strekte zich om de boven haar hangende peren te plukken, Nur-ed-dien gromde, haar borsten waren groot en stevig in haar dunne onderkleding als rijpe grapefruits, en in haar kleine lendedoek die haar achterste maar nauwelijks kon omvatten en haar simpele lijfje was ze eleganter en opwindender gekleed dan een prinses.
Hij stond op van zijn zitplaats en liep haar kant op. Na een moment in stilte de appelvormige rondingen van haar achterste, die onder haar lendedoek uit gluurde bewondert te hebben zei hij "Hallo, mijn schone dame, als ik mocht sterven van dorst, laat dan mijn laatste blik het beeld van jou zijn."

Het meisje gaf een luide angstige gil en draaide zich razendsnel om. Nur-ed-dien hoorde het geluid van metaal tegen elkaar klikken en zag dat ze ketenen rond haar enkels had waaraan een lange ketting die helemaal naar het huisje terugging. Maar hij vergat dit alles toen hij in het gelaat van het meisje keek. Haar gezicht leek nog het meest op de schoonheid van de volle maan aan de nachtelijke hemel, haar stralen werpend uit haar diep bruine ogen die, zoals bij een volbloed Arabisch meisje behoort, enigszins schuin stonden en die hem onmiddellijk in haar ban brachten en hem betoverde. Haar ontzetting verdween even snel als die gekomen was en ze zei "Oh meester, ik heb lang gewacht op mijn redder in nood van deze drie verschrikkelijke jaren van mijn gevangenschap. Als U me kunt bevrijden van mijn afschuwelijke overweldigers, dan zal ik Uw toegewijde vrouw en dienares zijn voor de rest van Uw leven."
Nur-ed-dien was wel gecharmeerd van dit idee om zo`n lief en mooi meisje tot zijn vrouw te nemen, maar wie was ze? Wat zou hij moeten doen? En wie waren haar cipiers?

Hij vroeg haar over zichzelf te vertellen en uit te leggen hoe ze hier verzeild was geraakt.
"Mijn naam is Safoura. Mijn vader heeft me verkocht aan zeven afschuwelijke djinnies omdat hij vond dat ik te veel de vleesgeworden wellustigheid was geworden. Elke nacht komen de djinnies. Ze…Ze maken mijn ketenen los en misbruiken me dan schaamteloos op allerlei manieren, manieren waar ik niet nader op in kan gaan." Ze liet verdrietig haar hoofd hangen tot Nur-ed-dien haar zei hem haar verhaal verder te vertellen, en hij zei haar dat hij haar niet verantwoordelijk achtte voor de daden van die duivelse djinnies.
Ze vertelde "De djinnies kunnen niet worden verslagen door een mens, maar als je je goed verstopt en oplet waar ze de sleutel van mijn ketenen verstoppen, wellicht kun je me de volgende morgen dan wel bevrijden. De djinnies hebben me verteld dat als ik uit deze vallei weet te ontsnappen, ik vrij ben om te gaan of te blijven."
Ze keek even ongemakkelijk en vervolgde "Ik weet niet waarom ze denken dat ik mogelijk uit vrije wil zou willen blijven…"

Nur-ed-dien zei dat hij het plan ten uitvoer zou brengen, en aldus koos onze dappere kleermaker opnieuw schuilplaats achter een palmboom. "Hiervandaan kan je alles zien en hier ben je ook goed verstopt, en kan je ook zien wat de djinnies doen." Ze bloosde diep en zei "Veroordeel me er asjeblieft niet om." Ze keek op naar de zich verduisterende hemel en zei "Je moet je haasten, de eerste zes djinnies verschijnen zodra de zon onder is.!"
"Zes djinnies?" vroeg Nur-ed-dien. "En de zevende dan?" Safoura draaide zich haastig om en liep weg en riep over haar schouder "Er is geen tijd meer! Haast je of alles is verloren!"
Nur-ed-dien had zich zojuist verstopt achter de palmboom toen de laatste zonnestralen achter de duinen verdwenen en de lucht voor het kleine huisje flakkerde en zes djinnies verschenen. De maan was al aan de hemel en verlichtte de vallei met zijn zilveren stralen. Nur-ed-dien`s hart werd koud van angst toen hij naar de djinnies keek.
Elk van hen was drie meter lang met grote opbollende spieren. Ze waren naakt behalve op een lendedoek na die nog maar net hun ontspannen neerhangende piemels bedekten die zichtbaar van aanzienlijke lengte zouden zijn indien de djinnie in opgewonden staat zou verkeren.
Ze waren allen volkomen onbehaard, met uitzondering van een pikzwarte geitensik. Maar, het meest opmerkelijke was wel hun huid, die was diep blauw en hun ogen gloeiden vurig groen. "Safoura!" sprak er een met donderende stem. "Safoura!"

Er kwam geen antwoord. Safoura was de hut in gevlucht vlak voor de zon onder ging. De ene djinnie grijnsde en wees met zijn lange dunne vinger naar de hut. "Haal haar hierheen!"
Een van de andere djinnies steeg op en vloog onmiddellijk de duisternis van de hut in.
Er klonk een schreeuw van een meisjesstem en het geluid van een worsteling.
Nur-ed-dien moest zich er voortdurend aan herinneren dat haar enige hoop op bevrijding uit haar miserabele situatie van hem kwam, en dat hij daarom in alle stilte wacht moest houden en lijdzaam moest toezien.
De twee djinnies vlogen door de uitgang en tussen hen in droegen ze Safoura, die vruchteloos worstelde om los te komen van de brute spierkracht en ze huilde meelijwekkend.
"STILTE!" schreeuwde de eerste djinnie, en scheurde Safoura 's jurkje met een enkele lange greep van zijn klauwachtige hand van haar lijf. Hij brulde: "Dom wicht, je weet dat je gespartel en gehuil en je tegenstand ons alleen maar meer ophitst."
En dat was waarheid. Nur-ed-dien zag beweging van onder de djinnie 's lendedoek.

De djinnie snuffelde met zijn neus in de lucht. "Ik ruik je kut, sloerie!" Hij wees twee van zijn makkers in het kwaad aan en commandeerde: "Was haar!"
De twee djinnies namen Safoura vast en plonsden haar in het water van de oase, en dompelde haar vele malen onder totdat ze bijna zou verdrinken en haar onderkleding doornat en vrijwel transparant was geworden en aan haar lichaam kleefde als een tweede huid. De twee djinnies scheurden met wellustig leedvermaak haar drijfnatte onderkleding van haar lichaam en begonnen haar fraaie naakte lichaam in te zepen, en gingen met hun vingers door haar bevallige hoofdhaar, onder haar armen, en wasten haar ronde gouden borsten en deden extra hun best om haar liefdesnestje en haar billen en het geheimzinnige gebied daartussen uitgebreid te bewerken.

"Je stinkt naar honderd-en-een minnaars!" kakelde een van de twee, en drukte de tablet zeep diep in haar strakke kontje en kneep in haar billen totdat het stuk zeep er weer uit floepte. Safoura jammerde meelijwellend en probeerde zich opnieuw los te worstelen maar haar armen werden hoog boven haar hoofd stevig vastgehouden, haar fraaie borsten uitdagend en geprononceerd vooruit geduwd.
Nur-ed-dien moest al zijn wilskracht inschakelen om niet tevoorschijn te springen en aan haar lijden een eind te maken. Toen ze klaar waren met het wassen van de kleine Safoura droogden ze haar, door met hun warme adem over haar lichaam te blazen.
Haar haren vielen in glimmende krullen langs haar rug naar beneden tot op haar bevallige achterste. De djinnies gaven haar kleding niet terug en Nur-ed-dien was verrast te zien dat ze geen moeite deed haar borsten, met grote donkerbruine tepelhoven en tepels als rijpe kersen in het centrum, te bedekken. "Blinddoek haar," commandeerde de eerste djinnie tegen zijn zesde broer.

De zesde djinnie toverde een zwarte satijnen blinddoek uit de lucht, cirkelde om Safoura heen en bond het satijn strak rond haar hoofd en over haar ogen. Toen greep hij haar borsten en begon haar iets in het oor te fluisteren.
Het moet haast wel het meest afschuwelijke zijn geweest, want Safoura begon te kronkelen en te jammeren onder de djinnie 's handen. Nur-ed-dien zag dat tegelijk met de demon zijn woorden zijn lange tong Safoura 's oor in slipte. Hij tongde de spiraalwinding van haar delicate oor en drukte zijn tong diep in haar.
Haar roze lippen vielen open, en gedurende een elektrisch moment verzonk de djinnie in een oceaan van lust en sensueel genot. Toen begon de eerste djinnie te bewegen.

Hij vloog hoog door de lucht, en plonsde in de oase. Hij dook enkele seconden later weer op, net zo droog als toen hij er in dook, maar met in zijn hand een gouden beker gevuld met water. De djinnie snelde door de hemel en Nur-ed-dien moest duiken, de djinnie gleed precies over de palmboom waar hij zich verstopt had, om tot stilstand te komen voor een enorm rotsblok dat wat apart lag. Nur-ed-dien hield zijn adem in. Hij wist dat ontdekking een onmiddellijke en verschrikkelijke dood betekende, en wat erger was, er was dan geen bevrijding van de mooie lieftallige Safoura mogelijk.
De djinnie ging met zijn snuffelende neus in de lucht achterdochtig rond maar Nur-ed-dien had zich goed verstopt. Toen deed de djinnie iets merkwaardigs, hij goot het water uit de gouden beker over de rots!
Hij zei "Oh Moeder Rots, ontvang dit water. Ik laat mijn sappen vloeien en open je droge scheur. Geef me je schatten voor mijn grote staaf!"
De djinnie nam zijn halfharde enorme pik, zowat een halve meter lang en dik als die van een paard, van achter zijn lendedoek en sloeg er drie keer mee op de rots.
De rost spleet uiteen, en Nur-ed-dien snakte naar adem. Aan de binnenkant van de rots was een diepe grot met daarin langs de zijkanten bergen goud, bergen zilver en stapels verschillende uitgelezen specerijen te zien, een tiende deel ervan zou een man rijk als een koning kunnen maken. De djinnie negeerde alle rijkdommen en nam een kleine zilveren sleutel.

Hij maakte het slot aan Safoura's kleine voetjes los zonder dat ze daar erg in had.
Dit was niet moeilijk, de in haar oor tongende djinnie leek een ongelimiteerde hoeveelheid obsceniteiten te hebben om in de arme Safoura's verrukkelijke oor te gieten. De eerste djinnie deed de sleutel weer terug in de rots, en klopte opnieuw drie keer met zijn snikkel en de rots sloot zich. "Zet haar in het midden" zei hij.
De tong-djinnie stopte met het fluisteren van schunnigheden in de kleine Safoura`s oor en trok met zichtbaar tegenzin zijn tong terug en likte zich de lippen, hij rukte haar blinddoek af en duwde haar naar het midden van de cirkel die de djinnie`s hadden gevormd. De eerste djinnie lachte, en toonde zijn lange puntige witte tanden, en deed zijn lendedoek af. Zijn piemel was minstens zo dik als die van een paard, zijn eikel gevormd als een paddestoel, en zijn piemel was minstens een halve meter lang maar blauw en uitpuilen van wellustigheid, duidelijk aangespoord door de angstige blikken van het arme meisje.

"Pijp ons Safoura, je hebt maar willoos te doen wat we van je willen."
"Ja, ja mijn meester," zei Safoura gedwee. Nur-ed-dien vond dat ze er zo nog mooier uitzag dan toen hij haar voor het eerst zag. Ze opende haar lippen, en ze leek zo onschuldig, als een kleine hinde, en ze begon de eerste djinnie van dienst te zijn, zuigend als aan het enorme geslacht van een groot gehoornd hert.
"Harder zuigen stom wicht!" drong de eerste djinnie aan, zijn enorme geslacht nadrukkelijk diep in het arme kind haar keel drukkend. Nur-ed-dien kroop ineen, maar voelde ook hoe zijn arme piemel zich roerde. Verbazend genoeg smoorde het enorme ding Safoura in het geheel niet, en begon ze met nog meer kracht te zuigen.

Terwijl ze zo bezig was spreidde de tegenover haar staande djinnie haar benen, spreidde de diepe kloof tussen haar aanlokkelijke billen en begon haar kontje te likken, en zijn tong gleed diep in Safoura 's aanbiddelijke rozebruine gerimpelde gaatje.
"Ah, nu ga je sperma drinken!" bulderde de eerste djinnie, en Nur-ed-dien kon zien hoe de djinnie 's heupen schokten en zijn paardenpik pulseerde toen hij liters sperma in de arme Safoura 's keel pompte. Dan moest Safoura zich tot de volgende djinnie keren terwijl de djinnie tegenover hem met haar kutje speelde, haar lipjes spreidde en zijn dertig centimeter lange tong op en neer in haar lieve sneetje en langs haar achterste gerimpelde rozetje bewoog. De eerste djinnie nam zijn stengel in zijn hand, die leek nog groter dan de eerste en schoof die in Safoura's natgelikte kontgaatje.

Ze schreeuwde het uit van pijn en de lul met het formaat van die van een paard glipte in haar kleine strakke kontgaatje en werd de arme Safoura naar voor en naar achter geschommeld tussen de twee haar neukende djinnies in en ondertussen melkte ze met haar mondje de derde djinnie leeg.
Ze was halverwege het afwerken van de zesde djinnie toen Nur-ed-dien zich realiseerde dat Safoura aan het veranderen was. Haar borsten werden twee keer zo groot en even later drie keer zo groot. Haar buikje begon op te zwellen door de vloedgolf van sperma die in al haar gaatjes gepompt werd, en Nur-ed-dien begon te vrezen dat ze zodadelijk zou exploderen toen ze van de zesde djinnie zijn laatste beetje sperma in haar keel kreeg geschoten terwijl hij met een hand Safoura 's hoofd vasthield om er zeker van te zijn dat ze ook het laatste beetje verzwolg.

"Bedank ons, teef!" bulderde de eerste djinnie, en gaf haar met zijn vlakke hand een daverende kledder op haar billen, een dieprode vlek in de vorm van zijn hand achter latend. Ze tilde haar mond van de massieve blauwe paal, het laatste beetje sperma op haar buik laten druppelen en zei zachtjes" Dank U voor Uw zaad, oh mijn Meesters" Safoura viel achterover, snikkend en huilend van pijn, haar benen waren gespreid, haar buik was tot groteske proporties opgezwollen door de liters sperma die de djinnies in haar gepompt hadden.
De eerste djinnie begon een vreemd lied te zingen. "Oh grote heer Suleiman Risi! Grootste van alle djinnies, wordt hergeboren in deze nacht, voor het aangezicht van deze meest wellustige van alle vrouwen."

Safoura begon te huilen en ze kneep haar enorme opgezwollen borsten tegen elkaar.
Uit haar tot gigantische proporties opgezwollen kutje stroomden rivieren van sperma en ze stortte dit in de geopende mond van een van de meest walgelijke van de zes djinnies. En toen gebeurde er een wonder, van tussen Safoura 's benen rolde een bal sperma van de maat van een fruitmand en barstte in de lucht uiteen en spatte op het woestijnzand neer. Nur-ed-dien keek naar haar en hij vreesde het ergste, maar haar door de enorme hoeveelheid sperma opgezwollen buik was weg en ze leek ongeschonden, haar nog enorme borsten tegen elkaar aan drukkend.
De natte slijmerige bal sperma in het woestijnzand ontvouwde zich en Nur-ed-dien realiseerde zich dat het weer een andere blauwe djinnie was, maar in de lichaamsmaat van een kleine jongen. Kennelijk was hij de zevende djinnie!
"Ik leef weer!" bulderde de kleine heer Suleiman Risi. "Maar ik moet haar tieten leegzuigen en me verzadigen met die sappen om opnieuw mezelf te worden"

Suleiman Risi sprong in Safoura's armen en passend voor een schepsel van zijn formaat begon hij aan haar tepels te zuigen, de witte vloeistof in zijn hongerige mond stortend. Onder het drinken werd zijn lichaam groter en groter en Safoura's borsten navenant kleiner.
Toen haar borsten nog maar twee keer hun normale formaat hadden was Suleiman Risi gegroeid tot drie meter, net zo groot als de andere djinnies. Safoura gleed met haar hand op en neer over zijn uitsteeksel dat het formaat had van die van een volwassen stier.
"U bent wel heel zwaar geschapen, meester," zei ze eervol, zijn eikel over haar venusheuvel wrijvend. Hij zei niets maar ging door met drinken aan haar gouden bollen, melk spuitend in groot volume. Hij was een expert, wisselend tussen de een en de ander, zoals een boer doet met zijn eerste-prijs-koe. Eindelijk waren haar borsten leeg gedronken en weer min of meer in hun normale formaat, en Suleiman Risi torende nu meer dan zes meter hoog boven haar uit, zijn boomstam in zijn hand. "Houd haar vast!" brulde hij, zijn ogen paars en gloeiend, stinkende gele rookwolken kronkelend uit zijn oren en zijn anus.

De eerste djinnie duwde Safoura met kracht voorovergebogen over een omgevallen palmboom heen, en drukte haar benen uiteen. Ze schreeuwde van angst maar nog voor Nur-ed-dien er maar aan kon denken tevoorschijn te springen, had Suleiman Risi zijn gigantische boomstam al diep in het alreeds afgeragde meisje haar kleine kutje gestampt. Hij gromde en greep haar beminnelijke tietjes en kneep er genietend in om zijn orgasme op te wekken. "Oh heer !" krijste Safoura. "Ik zal zeker uiteen gereten worden deze keer!"
"Spreid je lipjes, Safoura," zei Suleiman Risi. " Mijn haan zal je grenzen vinden. Nu zal ik je wand plezieren en je laten schreeuwen van genot en je heupen laten bokken als een parende vrouwtjeskameel!"
En ziedaar, Safoura schreeuwde het uit, niet van genot maar van pijn en ook van het aanroepen van Allah, om haar dit te besparen. Gedurende de nacht bewerkte Suleiman Risi haar nestje, haar kontje en haar mondje. Zijn broeders in het kwaad drukten hun paardenpiemels in haar mond en tussen haar borsten en bedekten haar met sperma in een orgie van wellust.

Nur-ed-dien was stomverbaasd; allen waren in volle razernij toen de zon schuchter op kwam en het volgende moment was iedereen in slaap gevallen en verdampten in de trillende lucht. Safoura lag ineen gestort op de grond, hijgend of ze een gangbang had gehad met honderd-en-een rovers. Nur-ed-dien klom langs de stam van zijn boom naar beneden en liep naar haar toe.
Hij legde zijn hand op haar rug en ze bewoog krampachtig pijnlijk en kreunde.
Haar hele lichaam was kompleet afgeragd en bedekt met vieze grijze smurrie dat kennelijk het sperma van de djinnies moest zijn. Nur-ed-dien zag dat de kluisters weer om haar enkels zaten.
Hij dook in de oase en kwam boven met de gouden beker, vulde die met water en het uitgieten van het water en het zingen van de bezwering was geen probleem. Het drie maal met zijn piemel op de steen slaan voelde goed aan na het toe moeten zien van hoe Safoura werd platgeneukt. Met de sleutel in zijn hand keerde hij terug naar Safoura.
Ze hield de brokstukken van haar verscheurde kleding over haar borsten en haar doorweekte kutje. Haar gezicht was vertrokken van schaamte toen ze hem aan keek.

"Je wil me nog steeds bevrijden na alles wat je hebt moeten aanzien?" vroeg ze.
Ze hijgde en was buiten adem, en was niet in staat zelfstandig op te staan. Nur-ed-dien had het vermoeden dat als hij er niet bij was geweest ze zeker bewusteloos geraakt zijn.
Zijn piemel klopte pijnlijk van verlangen in zijn broek en hij keek haar zwijgend aan.
Ze stamelde "Oh mijn meester, asjeblieft, bevrijd me uit deze nachtmerrie!" Ze hing aan zijn broekriem, bang dat zijn zwijgen afwijzing zou kunnen betekenen. Hij maakte zijn riem los en knoopte zijn gulp open, zijn erectie sprong tevoorschijn.
Ze zei aarzelend "Mijn meester?" Ze was verward en doodmoe van haar nachtelijke beproeving. Nur-ed-dien duwde zijn piemel tussen de nog van de djinnie`s sperma glinsterende lippen. "Zul je een gehoorzaam en volgzaam echtgenote zijn?" vroeg hij haar en keek haar diep in haar ogen.
"Oh mijn Meester!" kreunde ze. "Ik zal alles doen wat U wenst, maar ik ben nu ook doodmoe." Haar ogen waren op zijn piemel gericht, die opgewonden op en neer wipte, trillend op zijn hartslag en met elke beweging die zijn lichaam maakte.

"Als je werkelijk een liefhebbende en gehoorzaam echtgenote bent zal ik je met liefde bevrijden uit de klauwen van deze monsterlijke djinnies," zei Nur-ed-dien. Hij kneep in zijn eikel en voorvocht sijpelt uit zijn plasgaatje. "Maar ik verwacht dat een vrouw doet wat ze moet doen voor haar man"
Safoura was ademloos en uitgeblust, maar ze begreep wat op dit moment haar vrouwelijke taak was en dat ze daar niet met goed fatsoen onderuit kwam.
Timide reikte ze naar Nur-ed-dien's piemel en bracht die langzaam naar haar mond. Sierlijk gleed haar tong over Nur-ed-dien 's eikel en liet ze de smaak van haar nieuwe echtgenoot op zich inwerken en liet zijn piemel in haar keel glijden. Hij smaakte licht zoutig en zoet, zoet als haar herwonnen vrijheid.
"Aahhh, Safoura," kreunde Nur-ed-dien genietend, "je zal een voortreffelijke echtgenote zijn."

Safoura 's hart fladderde op van geluk en haar honger ontwaakte opnieuw en gelukzalig zoog ze Nur-ed-dien leeg, de lompen van haar kleding opzij werpend en voor hem neerknielend, naakt en zwetend. Zo`n kleine schat was ze dat Nur-ed-dien in staat was de spanning en lust die hij had opgebouwd af te laten vloeien. Safoura's mond was het meest delicate van alle Arabische liefdesgaatjes waar hij tot noch toe kennis had gemaakt. Hij kreunde op zijn hoogtepunt en zijn zaad spoot met kracht in haar mond en verwarmde haar hart.

Nadat Nur-ed-dien op de juiste manier was bevredigd verlieten ze stilletjes de oase, maar niet alvorens genoeg goud, zilver en kruiderijen mee te nemen om een weelderig en onbezorgd leven te kunnen gaan leiden.

Scheherezade besloot haar verhaal met "Maar toch, O Mijn Koning, hun grote rijkdom loste niet al hun nu nog verborgen problemen op..."