Toen mijn hoofdpersoon nog Jacob heette. De plaats van handeling is de planeet Eriador, na de arrestatie van Jacob en zijn gezellinnen door de wrede militaire alliantie, na gehersenspoeld te zijn en tot de arena te zijn veroordeelt door de wrede regent... 
Vanaf hier word de terechtgestelde Jacob  gedwonen  met het verschrikkelijke gemuteerde monster, de geer te moeten vechten. Hem is beloofd dat de overwinnaar vrij man is maar er werd hem ook verteld dat de kans op overwinning uitgesloten is.
(Voor de voorafgaande geschiedenis, zie cenia.htm )

 

 

 

Nubo, de trainer van de gladiatoren drukte Jacob een speer in zijn hand en trok aan het touw dat het hek omhoog trok.
Jacob stapte uit de donkere onderaardse kerker en het verblindende zonlicht tegemoet, stond stil en liet zijn ogen even aan het felle licht wennen. De arena was leeg, er was een grote donkerrode natte plek in het zand in het midden van de arena... 

Hij vroeg zich af wanneer het monster in de arena gelaten zou worden. Veel tijd om na te denken had hij niet, aan de andere kant van de arena schoof met veel lawaai van droog en roestig ijzer een hek omhoog, en met zijn grote gele ogen knipperend tegen het felle licht liep de verschrikkelijke Geer met grote stappen de arena in, zijn door mutatie korte en vergroeide vleugels, ongechikt om nog te vliegen, woest wapperend. Hij deed zijn vuilgele bek wijd open en uitte een bloedstollende kreet. Het publiek langs de rand van de arena begon luid te applaudisseren, en het was wel duidelijk dat ze bloed wilden zien vloeien. Jacob`s bloed…
Jacob kneep in de lans en voelde hoe zijn spieren pijn deden van het knijpen. Hij keek schuin omhoog naar het monster en voelde kippevel over zijn rug gieren. Bang was hij niet, maar hoe zou hij ooit van zo`n verschrikkelijk groot monster kunnen winnen…

 

Cenia stond achter de tralies van haar kooi toe te kijken, haar handen rond de spijlen van de tralies, de knokkels wit van het knijpen, haar maag leeg en hol van angst.
Zou het straks haar beurt zijn om door het monster afgeslacht en uiteengereten te worden?
Ze zag hoe Jacob het monster naderde, en langzaam en voorzichtig steeds dichter bij kwam. 
Het monster uitte opeens en onverwacht een bloedstollende ijselijke gil en dook naar voren, en zijn sprong was zo berekend dat hij Jacob met zijn verschrikkelijke klauwen zou kunnen grijpen om hem daarna met zijn vlijmscherpe snavel uiteen te rijten tot er geen herkenbaar stuk vlees meer over was en het beest hem zou kunnen verslinden.
Het monster had al zeker een week geen eten gehad en was uitgehongerd. Het monster was zo dicht bij dat Jacob zijn smerige adem rook en hij naar zuurstofrijke lucht hapte.

Op het moment dat de Geer zijn sprong had ingezet, deed Jacob enkele snelle passen naar voren en liet de stomverbaasde mutant-vogel over hem heen springen, die zo zijn baan natuurlijk verkeerd berekend had en op zijn roofdierensnavel terecht komen.
De hielspoor van het monster krabde nog net over Jacob`s rug en liet een diepe bloedende wond achter.
Krijsend van pijn en woede draaide het monster zich voor zo`n log beest ongewoon snel om en dook opnieuw op Jacob af. Die had echter voldoende tijd gehad om zich klaar te maken voor de tegenaanval, en drukte het achtereind van zijn speer op een harde plek in het zand, het lemmet schuin omhoog gericht. Het beest maakte opnieuw een sprong, en met gespreide vleugels dook het op Jacob af. Jacob hield zijn lans stevig vast en voelde hoe het ding zich diep in de borst van het monster boorde. Hij hoorde het breken van het hout, en hij hield een stuk van het ondereind van zijn lans in zijn hand, het andere, afgebroken deel zat diep in de borst van het monster, en hij voelde hoe het hete stinkende bloed van het beest over hem heen gutste.

 

Krijsend van pijn en woede greep het beest met zijn bek het stuk lans dat uit zijn borst stak, rukte het er uit en gooide het van zich af en het beest bleef trillend even staan. 
Jacob schuifelde voetje voor voetje in de richting van de afgebroken stuk lans in de hoop dit te kunnen bemachtigen voor de volgende aanval van het beest dit onmogelijk zou maken.
Hij nam op het laatste stukje een snoekduik en greep het overgebleven deel van zijn lans en hield dat weer voor zich uit. Het monster was echter te zwaar gewond om nog snel te kunnen bewegen, en naderde Jacob met grote passen en wild flapperend met zijn rudimentaire vleugels op minder dan de helft van zijn gewone snelheid. Met opengesperde muil dook het beest opnieuw op hem af, en aangezien zijn ogen aan de zijkant van zijn kop zaten keek hij tegen zijn snavel aan en zag niet dat Jacob een stap opzij deed, en toen de kop van het beest de grond naderde sprong Jacob op de nek van het beest en drukte in een snelle beweging het restant van zijn speer in het zachte oog van het monster, waar het vlijmscherpe lemmet in het bewegings- en zichtcentrum van de hersenen van het monster terecht kwam.

Huilend van pijn en verwarring viel het blind en verlamd geworden beest op de grond, en Jacob sprong naar beneden en liep naar de achterkant van het beest en met een krachtige stoot drukte hij het puntige deel van het overgebleven stuk van zijn speer in de hartstreek van het monster. Bloed golfde onmiddellijk in dikke stralen over Jacob heen, en reutelend en stuiptrekkend zeeg het monster ineen, viel op zijn zij en zou niet meer opstaan.
De menigte op de tribune was op wat nerveus geroezemoes in de loge van de regent na muisstil, dit was de eerste keer in vele, vele jaren dat iemand het beest, een verschrikkelijke Geer, verslagen had…

Het gemompel onder de toeschouwers nam toe, en toen de regent ging staan verstomde de menigte. Hij wees op Jacob en riep luid “Deze man is voortaan vrije burger en wordt onmiddellijk in vrijheid gesteld en krijgt al zijn rechten terug.”  
De menigte was opnieuw muisstil, Jacob keek omhoog naar de regenten en riep naar boven “Regent, laat mijn gezellin ook vrij, zij staat hier geheel buiten en heeft niets verkeerds gedaan, ze heeft alleen maar haar plichten nagekomen als goed regeringsmedewerkster. Ook vraag ik U vrije aftocht, en mijn schip terug!”

De regent twijfelde even en sprak toen “ Het zij zo, laat haar onmiddellijk gaan, en de rest word geregeld, dappere gladiator.”
Nubo, de trainer van de gladiatoren, had alles achter het veilige hek gevolgd en siste tussen zijn tanden naar de poortwachter “Snel, omhoog dat hek, anders ben jij de volgende gladiator!”
De poortwachter reageerde meteen, het hek waarachter Cenia opgesloten zat ging omhoog en Cenia rende naar Jacob en viel snikkend in zijn armen. “Oh, Jacob, je was geweldig, ik stond doodsangsten uit, maar je was dapper en hebt het verschrikkelijke monster verslagen! Ik ben zo trots op je…” 
Jacob sloeg zijn arm om haar middel, besmeurde haar met het bloed van het nu dode monster en samen liepen ze naar de poort van Nubo, de gladiatortrainer en verlieten onder luid applaus de hitte van de arena, met een grote boog om het lijk van het nog steeds stuiptrekkende beest heen. Jacob nog immer met de bebloede speer in zijn hand, deze zou later mooi als trofee aan de muur staan, overwoog hij met zichzelf.
De keizerlijke garde van de regent wachtte hen al op en begeleide ze naar het deel van het gebergte waar ze ook binnen gekomen waren, en beneden in het dal zagen ze hun ruimteschip staan.

Jacob sloeg zijn arm om haar heen en zei “We gaan van Eriador weg, je zult het niet fijn vinden je geboortestreek te moeten verlaten, maar je zal dan Eriador en zijn wrede machthebbers en hun leger nooit meer teug zien.” Hij vervolgde “ Je zal bij mij wonen, daar waar je me opgehaald hebt, en je zal moeten wennen aan het aardse leven dat zeker tweehonderd jaar achterloopt op jullie geavanceerde maatschappij. Maar geen zorg, er zal je het aan niets ontbreken.”
Cenia keek schuin omhoog, liefde straalde uit haar blik en ze antwoordde “ Ik ga waar jij gaat, ik blijf waar jij blijft, ik ben waar jij bent.”

Jacob kuste haar, trok haar aan haar hand omhoog en ze stonden op en liepen het naar binnen stromende zonlicht tegemoet, de grot uit. Buiten aangekomen stonden ze opeens oog in oog met Cortelle en Brinetta.
“Waar waren jullie?” Vroeg Cortelle.
Jacob en Cenia keken elkaar even aan. “Tja…..” zei Jacob, dat is een lang verhaal……  

Op naar deel drie van Jacob en Cenia, het mooie meisje uit de ruimte!